Elke student is op zoek naar dat ene perfecte bijbaantje om het gapend gat tussen studie-financiëring en het einde van de maand mee te vullen. Enkele geboden voor de perfecte studenten baan:

1. Gij zult geen vermoeiend werk doen. Elke twintiger die zijn werk mee naar huis neemt aan het einde van de dag heeft de puf niet meer om zijn/haar twee andere vermoeiende taken te beoefenen: Studeren en nog niet oud zijn. Zij zijn gedwongen er, zoals je moeder het zou verwoorden; ‘eens lekker vroeg in te duiken.’ Zonde. De nacht is in essentie niets anders dan een extra dag. En omdat het donker is en de zon niet meer schijnt zal niemand je zal lastig vallen over hoe lekker het ‘weertje’* is. Benut die shit.
2. Gij zult geen stom werk doen. Het bestaan bestaat uit teveel stomme dingen die je moet doen. Zoals poepen. Dat is echt een van de stomste dingen ooit. Hoe kut is de natuur dat ze dat bedacht heeft?** Maak het jezelf dus niet moeilijker dan het al is. Leuk werk moet aansluiten bij je interessegebied. Als je into auto’s bent, ga dan niet met een heggeschaar en schoffel de make-up van de botanische tuinen doen. Als je van vlinders op boterbloemen houd, laat die Bentley dealer voor wat het is.
3. Gij zult geen dom werk doen. Dit geldt niet alleen de meeste stof-stampers van universiteits-studenten, maar zelfs voor veel van de praktisch ingestelde HBO-lui: Het probleem van de dommen is dat de slimmen er onder lijden. Werken onder een baas die zich mentaal bedreigt voelt door zijn weekend-hulpkrachten is een marteltruc ookwel bekend als ‘de psychische kruisiging’, en al sinds lange tijd erg populair.*** Domme mensen gaan zich als dieren gedragen wanneer ze zich bedreigd voelen. Ze gaan hun territorium afbakenen met huisregels (en in zeldzame gevallen urine) en herhalen hun zinnen in een luider volume als ze niet begrijpen wat de ander zegt. Ze zullen je nooit gelijk geven, ookal bewijs je je gelijk en zijn zij het er mee eens dat je gelijk hebt.

In de gouden eeuw van CD/DVD-winkels in Utrecht (de afgelopen 5 jaar) waren er aardig wat van die baantjes te vinden voor de cultureel, muziek en film geïnteresseerden onder ons.
Er was Boudisque, huis van de klassieke muziek, de obscure exploitation DVDs en import films. Allen te duur om te kopen, maar verrekte leuk om door te bladeren.
Dan was er de Free Record Shop op de oude gracht, die zo groot is dat zelfs de niet-mainstream films er vindbaar zijn (CD’s verkopen ze daar natuurlijk echter al jaren niet meer).
Op de Steenweg hadden we die goeie ouwe Plato, altijd te druk, maar alsnog een winkel met de bovennatuurlijke gave om net dat ene album in de schappen te hebben dat je nergens anders kon vinden en supergraag wou hebben. Waardoor je altijd met zo’n papieren zakje vol CD’s onder je arm de winkel uit kon lopen, klaar om uitgescholden te worden door je bankrekening.
Dan zat er een VanLeest (Free Record Shop for cool people) in de kelder van de Bijenkorf, waar enkel rijke dametjes komen kopen. Het soort dat opkijkt van de twenty-something hulpkrachten die in tegenstelling tot haar eigen kinderen wel weten wie The Beatles**** waren en wiens levens niet puur bestaan uit bedrijfseconomie studeren afwissellen met het teveelste kratje achterover slaan. Bier, ja.
Maar, en dat is waar ik de afgelopen 550 woorden naartoe aan het werken was, er was nog een andere VanLeest.

Na twee jaar in de Bijenkorf VanLeest (“Bij VanLeest” heette dat dus) gewerkt te hebben was ik het publiek daar ietwat zat aan het raken, en toen ik het wel weer leuk geweest vond om in net pak gehesen de bourgeoisie der Nederlanden tewoord te staan en er zich een plekje openbaarde bij het gewone filiaal, heb ik de kans gegrepen en ben ik verhuisd. Dat was bijna een jaar geleden.

Werk bij VanLeest was een combinatie van klanten helpen, schijfjes verkopen en het in- en uithoezen van die bergen vracht die elke dag door dubieuze figuren geleverd werden. Zeker in het kerstseizoen erg druk, maar niet erg intensief voor je brein. Eerste gebod? Check.
Je wordt daar niet aangenomen als je niet van films en muziek houd. Je zou er dan niet eens solliciteren, want zo’n vetpot is dat loon nou ook weer niet. Je bent dus verzekerd van altijd met mensen in de winkel te staan met dezelfde muziek/film-nerdheid als jij. Tweede gebod? Check.
Zeldzaam voor een winkel is als de manager/baas/whatever-ya-may-call-it het werk niet doet omdat hij/zij te bizar dom is om een studie te doen, en dus te lang in zijn/haar vakantiebaantje is blijven hangen, maar omdat hij/zij het oprecht wil doen en bewust gekozen heeft voor dat beroep. Derde gebod? Check.
Hierdoor waren we een enthousiast team dat lol had in het werk, en dat zullen we uitgestraalt hebben, want we wonnen per ongeluk een of andere belachelijke klantvriendelijkheids competitie van de andere VanLeest filialen en kregen een VIP-dag cadeau. 14 juni konden we allemaal. De datum werd genoteerd.

Maar de geschiedenis is een kapotte LP, slaat over en herhaalt zichzelf, en zo kreeg ook deze gouden eeuw een ondergang.
Plato kondigde aan te gaan verhuizen naar een groter pand, weg uit het centrum. Hoewel dit voor de omzet van VanLeest erg goed was, want niemand kon de nieuwe Plato (verder lopen en minder gezellig) vinden, was dit toch het begin van het einde.
Kort later sloot ook Boudisque de deuren. Het was onduidelijk of ze nou failliet waren, en waarom dat dan was, want opzich liepen ze naar verluid best goed. Uiteindelijk werd aangekondigd dat ook zij zouden gaan verhuizen, en net als Plato weg uit het centrum.
VanLeest was nu de enige op zichzelf staande CD-winkel in het centrum zonder Free Record Shop’s snackbar imago.

Toen kregen we bericht dat VanLeest ging stoppen. Heel VanLeest. Alles VanLeest. Tegen het eind van het jaar zou de keten uit het straatbeeld verdwijnen en verwisseld worden met meer Free Record Shops, of panden van het relatief nieuwe Game Mania, waar ze alleen computerspellen verkopen.
Al gauw werd het duidelijk dat VanLeest Utrecht een Game Mania zou worden. We werden opgeroepen naar een speciale seminar in Almere (doodste stad van Nederland), om te horen hoe en wat.
Vol trots vertelden de sprekers over de keten, hoe goed die inspeelde op de vraag van de klant, en hoe geweldig alles was. In de zaal verbaasden verschijdene mensen zich erover hoe het mogelijk was dat er een tent bestond die zo ordinair was dat Free Record Shop er een elitair vertoeven bij leek. Enkele handen gingen omhoog. “Waarom?” “Maar wij houden niet van Games.” “Wanneer gebeurt dit dan?”
De sprekers waren met stomheid geslagen. Ze konden niet bevatten hoe er mensen in de detailhandel kunnen werken die er daadwerkelijk om geven in welke winkel ze staan en wat ze verkopen. Het werd al gauw duidelijk dat ze niet meer informatie aan ons kwijt wouden, ookal wisten ze het wel, en na deze psychische kruisiging, met enkel de kennis dat Game Mania het fantastischte ooit was, gingen we weer naar huis.
Kort later kwam er een brief, en daarin stond dat wij al binnen 3 weken omgebouwd zouden gaan worden tot Game Mania. Vooral de manager viel dit zwaar. Ze hield van haar filiaal en had er haar eigen plek van gemaakt. Zonder aankondiging of overleg werd dit van haar afgenomen. In plaats van eerst de inventariseren wie er van Free Record Shop bij een game winkel zou willen werken en wie dat van VanLeest niet zou willen, en ze dan om te wisselen vóór de verbouwing, hadden ze zich niet gerealiseert dat iemand vanuit een, dare I say it, passie bij het winkeltje werken zou. We moesten allemaal op komen draven voor die laatste dag, waarin alle schijfjes weer in hun hoesjes moesten en opgestuurd zouden worden naar het hoofdkantoor. Onder luide muziek maakten we lol, maar met een duistere ondertoon die niemand kon negeren. Het schattig kleine pandje werd een stoffig, leeg zaaltje, en terwijl de laatste VanLeest lampen van de muren werden gesloopt werd de sfeer bedompen. De laatste CD’s gingen de verhuiswagen in en VanLeest bestond niet meer.

We kregen enkele weken, terwijl de verbouwing bezig ging, de tijd om ons in te werken bij Game Mania Amsterdam. Ikzelf ben maar één dag geweest. De winkel was zo onpersoonlijk als het maar zijn kan. Alles dat niet bedekt was met het geelgroene logo was zilver. Alles was strak. Elke hint naar menselijkheid overgespoten met metallic lak. Ook het publiek was anders. In plaats van muziekliefhebbers van alle (echt alle) leeftijden, was elke bezoeker in de twintig, en op te delen in twee categorieën. Je hebt de Game Nerds. Dit zijn blanke (vaak bleke) kerels, met dezelfde brillen en sociale gestoordheid als de vooroordelen beschrijven. Dan zijn er de Gangstertjes. Dit zijn, helaas weer in bevestiging van de vooroordelen, veelal allochtonen jongens gekleed alsof ze 50 Cent in elkaar gaan slaan. Hun wereld is zonder enige hint naar cultuur. Als ze niet Tupac of een nieuw equivalent daarvan luisteren, hangen ze op straat en spugen op de grond. Ze spelen games alleen als er veel in gevochten wordt. En hoe echter het eruit ziet hoe beter. Boks en gangsterspellen zijn het populairst, want dan hoeven ze zich niet in een andere wereld in te leven.

Ik ben iemand die dingen altijd zelf wil doen. Ik vind films het leukst, dus ik maak films. Ik houd van muziek, dus ik koop een gitaar. Ik lees stripboeken, dus teken stripboeken. Games gaan vrij direct tegen dat principe in. Je bedenkt het verhaal niet zelf, je bedenkt je handelingen niet zelf (dat lijkt soms wel zo, maar alles is geprogrammeert en ze weten hoe je als gamer gaat reageren), je hebt geen invloed op hoe het eruit ziet, het is de meest intensieve bezigheid die bestaat waarbij er niks uit jezelf komt. Je volgt alleen maar computergestuurde code als simulatie van de echte bezigheid. Dit is natuurlijk deels populair door de luiheid en angst voor afwijzing waar teveel mensen zich mee verzoend hebben. Guitar Hero is het extreme voorbeeld, een spel dat bijna net zo moeilijk is om goed te doen als het bespelen van een echte gitaar. Game Mania als winkelketen, speelt dus haarfijn in op de angst van de massa om risico’s te nemen en zijn dromen na te leven. En is daarmee niet alleen succesvol, maar ook medeverantwoordelijk voor de hopeloze situatie waarin veel mensen zich verkeren. Waarin ze te bang zijn iets te proberen, ookal kan het mis gaan, en dus nooit de risico’s nemen die nodig zijn om te ontdekken wie je bent en wat je passie is.

Enkele weken later was het filiaal in Utrecht omgebouwd. De warme uitstraling van VanLeest was niet meer terug te vinden in het industriële uiterlijk van de nieuwe winkel, die er exact hetzelfde uitziet als het Amsterdamse filiaal. Ook het publiek is meeveranderd. Er kan geen leuke muziek meer aan in de winkel, enkel top-zoveel radio. Het is, en ik deel deze mening met het grootste deel van het team, een samenvatting van alles wat ik haat op zo’n 40 vierkante meter.
Een grote opening werd georganiseerd. Het zou een feest van jewelste worden. Er waren grote speakers waar een kerel met een microfoon constant doorheen riep dat de winkel open was, en twee blondines, ingehuurd om goody bags uit te delen. Al met al stond er 16 man van Game Mania in de winkel, maar de opkomst was miniem. Ontdanks dat was het feest in volle gang, tot de politie er door de buren bijgehaald werd. Natuurlijk was het bedrijf in al haar enthousiasme vergeten toestemming aan te vragen om vlaggen en speakers op straat neer te mogen zetten, en ergerde de hele straat zich kapot. Na die korte uitlachlol stond al om 11 uur ‘s ochtends de enorme crew zich te vervelen, en konden de eersten naar huis.
Omdat Games een kleinere niche aanspreken dan muziek en films, is er minder bezoek in de winkel. Dit werd gemarket als meer tijd om klanten te helpen, maar komt in de praktijk neer op meer tijd om je te vervelen. 80% van je uren zit je te wachten tot er weer iets te doen valt. Deze tijd is mogelijk te besteden met het spelen van Games. Ik sta nu dus twee dagen in de week een gruwelijke kotsdood van superhaat en verveling te sterven. Ik moet een andere baan.

Toen was het 14 juni. De VIP-dag, gewonnen in het vergane VanLeest filiaal. Het team werd opgetrommelt voor een dagje terrasjes, rondvaartboten en musea in Amsterdam (Niet de toeristendingetjes dus, maar al die dingen die echte VIP’s ook zouden doen). Voor één dag vergat iedereen Game Mania, en waren we muziekliefhebbers onder elkaar. Een zondag lang Amsterdam als zwanenzang van de gouden eeuw van de Utrechtse CD/DVD-winkels. In de FAME staat nu een extra grote bak budget DVD’s, waarschijnlijk VanLeest outlet (horen bij hetzelfde moeder-bedrijf) als aandenken aan waarom we er waren.
Een van de geplande tijdsbesteders van de dag was het maken van een Corbijn-achtige band-foto***** van de filiaalmedewerkers, ons team. Het plaatje, slechts duizend pixels breed, geldt nu als erfenis van jaar bij VanLeest en het perfecte studentenbaantje.

* “Lekker weertje, niet?” Weertje? Het weer is een natuurkracht, en dus per definitie niet geschikt voor een verkleinwoord. ‘Weertje’ is zoiets als ‘reusje’? Je bent zelf een reusje, sukkel!

** Heel kut.

*** Herodes: “Ik geef je de doodstraf, tenzij je nu iets doet dat onmogelijk is en niet kan.”
Jezus: “Maar iets dat niet kan is niet mogelijk, daarom heet het onmogelijk, dus dat kan niet. Ben je nou een Jood of een maloot?”
Herodes: “Ja. Maar zou je over water willen lopen? Daarzo.”
Jezus (in zichzelf): “Vergeef het hem.”

**** Ja, er is een grote groep financiëel vooraanstaande Nederlanders die denken dat The Beatles ouderwets en dus extreem obscuur zijn. “Ben je niet te jong voor The Beatles?” “Nee, mijn ouders hadden gewoon de vreemde gewoonte om met me te praten.”
En jep, ik gebruikte daar ‘Beatles’ en ‘obscuur’ in één zin, en niet zo van “Hey, vind jij de Beatles ook al zo extreem niet obscuur?”

***** De foto was zwartwit bedoelt, maar ik heb hem in photoshop wat kleur gegeven. Minder U2, maar dat vond ik wel leuk enzo.

Even iets anders. Wat is de deal met dit:

Schijnbaar hebben ze (met toestemming van Yoko “vetste naam ooit” Ono) John Lennon digitaal nagemaakt om deze ad te kunnen maken. Dat is opzich best goed gelukt. Alleen… als ze dat allemaal kunnen… waarom heeft hij dan de stem van Ringo Starr?
Tijd voor reference material:

Wat is het toch met Ellen Page en oude mannen? De grote heldin van de amerikaanse indie-film kiest haar rollen er echt op uit. Wat is haar bizarre fascinatie met pedofilische personages in scenario’s?

SPOILERS (get over it, kijk een film.)

Eerst was er Hard Candy.
Controverse alom (in nederland vonden we het vooral een ‘vette’ film, maar wij zijn dan ook een taboeloos land, zo vinden we zelf.). Ellen (17 at the time) speelt een 14 jarige als ik me niet vergist, die via internet een volwassen kerel overhaalt af te spreken, waarna ze hem psychologisch doodmartelt, maar dat weet het publiek dan nog niet natuurlijk. We vonden het allemaal maar wat gedurfd van dat meisje. Goed gespeeld ook. Tuurlijk.
Twee jaar later (al maakte ze tussendoor ook nog Mouth To Mouth, waar het thema schijnbaar ook aangekaart werd, ik weet het niet, ik heb het niet gezien) speelde ze in The Tracey Fragments,
waar ze door de ghetto trash versie van Kenan Thompson eens goed onderhanden genomen wordt. Ongewenst uiteraard. Een uiterst nare scene. Goed gespeeld ook. Tuurlijk.
Tijd voor roem. Datzelfde jaar haalde Fox Searchlight een whoppin’ 144 miljoen dollar (zo’n 20 euro) binnen met Juno,
een semi-indie-film* over zwangere tiener Junebug McGuff. Allemaal schattige indie-muziek van Kimya Dawson (die je, zoals bij alle voormalig obscure artiesten, tegenwoordig schijnbaar niet meer goed mag vinden omdat ze bekend is), hippe jive-ass tieners en gitaren. Jason Bateman (bekend, maar in Nederland niet, van Arrested Development) als Mark Loring, de adoptievader van Juno’s baby, die gedurende de film een onschuldige pedofiele quasi-crush op de gebekte horizontale-strepen-maken-je-dik-tiener opbouwt. Juno huilt wat en geeft het kind aan de (tegen die tijd ex-)vrouw van Mark. Minder heftig dan in Candy en Fragments, maar subtiel of niet, het is aanwezig. Goed gespeeld ook. Tuurlijk.
Tegen deze tijd is Page de favoriete filmchick voor iedereen die niet van Jessica Simpson houdt, en beginnen mensen haar oude films te ontdekken. De rode lijn in haar carriere komt voor het eerst tevoorschijn. Een jaar later krijgen we dit:
Smart People.

Ze speelt een tiener (Is Scarlett Johansson de enige die op die leeftijd iemand van een paar jaar ouder, ipv jonger speelde?) die, gek genoeg, verliefd wordt op d’r, jaja, oom (zie plaatje). Die is echter iets te wijs voor dat soort fout-heden, en zorgt dat de afstand er blijft. Haar broer heeft het allemaal door, maar die acteur heeft niet genoeg screenpresence om aandacht waardig te zijn, dus dat stuk plot verdwijnt een beetje. Ellen heeft het er moeilijk mee, blablabla. Goed gespeeld ook. Tuurlijk.
Ok, geen idee echt wat de moraal van deze log is, maar ik vond het gewoon frapant dat Ellen iets heeft met oudere mannen (of iig personages die iets hebben met oudere mannen). Misschien iets in haar duistere verleden ofzo dat die fascinatie in het leven geroepen heeft. Misschien heeft ze wel echt iets met oudere mannen. Dan zou ik wel ouder willen zijn.
Goed. Tot zo ver dit.
*Indie-film: Een film die helemaal op eigenkracht van de filmmakers van de grond komt, met een laag budget enzo.
Semi-indie-film: Hetzelfde, maar dan met een budget van 7,5 miljoen, met een stuk of 10 wereldberoemde acteurs in de hoofdrollen. Tuurlijk krijg je fucking budget als je J.K. Simmons, Jennifer Garner en Jason Bateman in je adresboekje hebt staan.
Indy-film: Een film met een enorm budget, Steven Spielberg als regisseur, en Harrison Ford in de hoofdrol als jaren 30 held Indiana Jones.
Semi-indy-film: Alles met Brendan Fraser.

Ok, ik zal eerlijk zijn, ik was te jong om de hype meegemaakt te hebben, dus heb de film niet ervaren toen hij net uit kwam, maar ik geloof dat het nederlands publiek de ‘het is echt’ scheme sowieso niet echt voor waar nam. Amerika trapte er masaal in (at least some of them did) en de film werd een instant classic, niet zozeer omdat mensen dachten dat het echt was, maar omdat het er zelfs voor een getraint oog echt uitzag. Een nieuw genre was geboren. Films hoefden niet met dikke 35 mm camera’s geschoten te worden, men nam gewoon een cheapo handycam en filmde het alsof de hoofdpersoon het zelf filmt.

WARNING: SPOILERS
Het eerste voorbeeld dat ik nam was natuurlijk
The Blair Witch Project (1999)

Ik heb deze net pas voor het eerst gezien. Ookal is het eigenlijk de eerste van deze vier die gemaakt is (Zelfs een dikke 8 jaar voor de anderen) was ik er nooit aan toe gekomen. Ik heb The Shining gezien nadat iedereen zei dat hij eng was, en toen vond ik hem dus niet meer eng, omdat ik overal op voorbereid was. En dat zeiden ze bij Blair ook, dus ik verwachtte net als bij The Shining dat mijn angst-verwachtingen zo hoog opgelopen zouden zijn dat niks meer eng kon zijn. Ik ben het vehikel uiteindelijk (na zelf twee dagen in een soortgelijk bos een docu geschoten te hebben) toch maar gaan kijken.
Het begin pakte me gelijk vast. Het deed me erg denken aan het amateuristische filmgemaak van mezelf een paar jaar terug. De interviews waren sterk, ze gaven veel informatie zonder cheesy te worden, dat vond ik erg knap, en het afwisselen van 16mm en handycam was effectief. Door die soort van dorpslegendes wordt het gewone bos freaky, zelfs wanneer er niks gebeurt, je blijft toch voor de zekerheid uitkijken voor monsters en blair witches die van achter bomen te voorschijn kunnen springen (dit ook mede omdat ik verwachtte dat het eng zou worden).
Het is eigenlijk pas wanneer de karakters zelf panisch beginnen te worden en de bovennatuurlijke shit begint te gebeuren dat de film mij compleet kwijt raakt. Ik zat zo in dat gegeven van mensen die zichzelf gek kunnen maken, boos worden, met elkaar opgesloten zitten… Het kon een soort moderne versie van The Treasure of the Sierra Madre zijn. Alle John Huston thema’s lagen voor het oprapen.
In plaats daarvan werd de cast geteistert door stemmen van kinderen en uit zichzelf bewegende steentjes en weet ik het wat. Het acteerwerk (vooral van Heather Donahue) is fantastisch, maar ze kan de supernatural onzin niet drie kwartier in d’r eentje dragen. Als uiteindelijk dat vette eindshot komt, met die kerel die tegen de muur aan staat, en ineens de interviews uit het begin hun aansluiting vinden, is het al te laat. Na 30 minuten verveling (spannende verveling, ja, maar verveling none the less) is het voor mij helaas verloren. Wel is het beroemde shot (zie plaatje) z’n roem meer dan waard.
Belangrijke filmmaak les die we geleerd hebben: Geef de film een grootsere climax, die veel aan de film toevoegd dat we niet al in het eerste uur gezien hebben.
Dat leidt ons naar
REC (2007)
Waar bij Blair de personages in een bos verdwaalt zijn, zijn bij de spaanse indie horror REC de hoofdpersonen opgesloten in een flatgebouw omdat daar een nare epidemie is uitgebroken. Als ze eruit komen vormen ze een bedreiging voor de maatschappij, want als je besmet raakt wordt je een zombie-achtige schreeuwlelijk. Alleen nu wil het feit dat ze nog lang niet allemaal besmet zijn…
Na een sterke intro waarin de platte manier van documaken van regiotelevisie (duidelijk een soort SBS6) op de hak genomen wordt, barst de film los als een keiharde zombiehorror met alle bijbehorende ingredienten: gore en ruzies tussen een steeds kleiner groepje mensen.
Maar na zestig minuten ben ik al dat gillen en rennen toch echt wel zat. Er zit geen enkele diepgang in. Na de milde maatschappelijke kritiek van de openingsscenes wordt geen enkel personage meer uitgediept. Daar lijdt de film enorm onder. Iedereen blijft zo plat dat het me op een gegeven moment echt niet meer uitmaakt of ze leven of sterven. De personages hebben toch geen inhoud.
Daarnaast hangt REC veel te veel op z’n schrikmomenten. Het probleem met schrikeffecten is namelijk dat om te schrikken moet je een korte pauze inbouwen waarin je even van het puntje van je stoel afgelaten wordt, om er vervolgens weer terug op te schieten zodra de hand uit het graf komt. De schrikdichtheid van REC ligt zo hoog, dat op de schrikmomenten na eigenlijk de hele film uit die rustpauzes bestaat.
Daardoor krijg je dat er eigenlijk niks gebeurt, want je kan in een rustmoment niet druk aan je plot gaan werken, en dat je na een tijdje alle schrikeffecten al lang aan ziet komen, waardoor ze niet meer werken, Dit heeft als oorzaak dat je vooral verveeld naar het laatste uur van de film zit te kijken. Met de mogelijke uitzondering van de laatste kamer waar de personages komen, want kwa einde is REC zeker Blair voorbij gegaan. Ineens komt het plot tevoorschijn en wordt de boel weer interessant. Ook krijgen we in REC de ‘Blair Witch’ wel te zien.
Jammer alleen van de leegte tussen het begin en het einde. Op die twee knallen na is REC in plaats van de duizendklapper die het had moeten zijn, eigenlijk enkel een lont die zestig minuten smeult en af en toe knispert.
Belangrijke filmmaak les die we geleerd hebben: Inhoud is belangrijk. De kritiek uit de openingsscene was sterker dan de griezeligste zombie. Kijk maar naar zombiefilm grootmeester George A. Romero, die gebruikt het zombiegenre (dat hij overigens zelf gepioniert heeft in ’68 met Night of the Living Dead, ook de eerste film met een zwarte held waarbij z’n huidskleur geen plotpoint is). Maakte Romero zelf maar een Point Of View Horror…
Diary of the Dead (2007)
Eindelijk. In Blair werd de zelf-film methode uitgevonden, in REC werd hij uitgebuit, in Diary krijgt de vreemde filmstijl dan eindelijk een doel. Romero, die in Dawn of the Dead de materialistische maatschappij onder de loep nam, in Day of the Dead met het Amerikaanse leger aan de haal ging en in Land of the Dead de beschaafdheid van het complete mensenras in twijfel trok, levert met zijn vijfde zombiefilm zijn strengste kritiek yet.
De youtube wereld, de onbetrouwbaarheid en subjectiviteit van de media, de iedereen-doet-alles-zelf cultuur, de iedereen-vindt-dat-hij-ook-alles-goed-kan cultuur, alle moderne maatschappelijke filmwaarheden worden aangepakt. Romero stelt vragen over of het wel echt zo goed is dat tegenwoordig iedereen kan filmen, en of we als mensheid wel inzien wat dat betekend voor de geloofwaardigheid en sowieso waarde van wat we te zien krijgen. Ook vraagt hij of we door alle shit die we kijken niet alleen voor films maar ook voor het echte leven afgestompt zijn.
Romero heeft het zelfs zo druk met zijn boodschap uitdragen, dat hij op een aantal iconische zombiescenes na (die ook wel echt fantastisch zijn), eigenlijk helemaal geen tijd meer heeft om een zombiefilm te maken. Het is meer een soort Michael Moore makes a zombieflick geworden. Los van het feit dat ik dat zeer waarderen kan (ik vind iemand die via een zombiemetafoor een wereldvisie geeft boeiender dan iemand die zwarte ogen krijgt, krijst en doodgeschoten wordt) doet hij het genre misschien niet helemaal eer aan. De film is opzich zeker spannend, maar het element dat voor de naam ‘horror’ gezorgd heeft (namelijk de horror) is toch een beetje verdwenen. Misschien is het genre van paranoid-horror wel helemaal niet geschikt voor deze filmstijl. Een ander pulpgenre waar de maatschappelijke boodschap een belangrijke rol speelde was de monsterfilm. Gojira (Godzilla, 1954) is Ishiro Honda’s kritiek op de atoombom en de westerse manier. Zou een godzilla film beter geschikt zijn voor het geef-de-acteur-de-camera-genre?
Cloverfield (2008)
Over Cloverfield kan ik bar weinig schrijven, ik merk gewoon dat ik niet goed kan verklaren waarom ik deze film zo vet vind. Ik ga alsnog een poging wagen.
Voor het eerst sinds Blair werd er weer gebruik gemaakt van een interessante marketing campaign, nieuwsberichten en reclameboodschappen die een hint konden zijn naar wat er gebeuren ging verschenen overal op het net (maakt met terugwerkende kracht eigenlijk Romero’s boodschap sterker; hoeveel nieuwsberichten zijn eigenlijk reclames? Hoeveel echte filmpjes op youtube zijn nep?).
Cloverfield is echter, tegen wat ik misschien deed vermoeden (ookal heeft die ene persoon die misschien deze blog leest de film waarschijnlijk toch al gezien dus hoef ik dit niet te zeggen) niet gemaakt vanuit de atoombomkritiek van Gojira en de Roland Emmerich remake uit ’98. J.J. Abrams wou gewoon een cool monster. Punt.
Dat is dan ook erg aan de film af te merken. De maatschappelijke diepgang is geheel verdwenen, en eigenlijk zijn we nog verder van het filmmaken verdwenen dan zelfs Blair, want dit is de eerste van de vier die niet eens over een filmmaker gaat. Dit is gewoon een dude die de handycam van z’n buddy in z’n handen geduwt krijgt. Cloverfield is gemaakt vanuit een ander oogpunt dat achteraf helemaal zo gek nog niet is: We zien altijd monsters een land aanvallen vanuit de president van het land en/of de professor die alles op kan lossen. Serizawa in Gojira, Tatopoulos in Godzilla, heck, Goldblum en Pullman in Independence Day. Wat als we nou achteraf een tape gevonden zouden hebben van gewoon normale mensen die het ook meemaakten en opnamen met hun handycams? Mensen die niet de wereld hebben gered, maar gewoon verpletterd werden in the crossfire.
Bij 9/11 bleek dat veel meer mensen dan verwacht handycams aan hadden staan, zelfs bij het eerste vliegtuig. Het filmen was daar geen reactie zoals bij de tweede jet, het gebeurde gewoon. Iedereen filmt de hele tijd alles.
Laten we Godzilla echt maken. Wat zou er op zo’n tape staan als het echt gebeurde?
Ik denk persoonlijk dat ze hier behoorlijk in geslaagd zijn. Om echter die hoge werkelijkheid weer te geven moet een heleboel inhoud opgegeven worden. Mensen dragen nu eenmaal in hun ‘we moeten hier wegrennen’ gesprekken geen Romero filosofieën uit.
De redenen dat het hier wel werkt en bij REC niet zijn ten eerste dat Cloverfield niet hangt op de schrikeffecten. Cloverfield wil je niet bang maken door je bang te maken, maar door je te confronteren met het feit dat je zelf in die situatie waarschijnlijk net zo’n loser zou zijn als de personages. Het is niet het monster dat eng is, jij bent het zelf.
Ten tweede is Cloverfield een genre waarin we nog nooit een groepje onbelangrijke mensen hebben gevolgt. Bij de zombiefilms is het echter ALTIJD een groepje onbelangrijke mensen. Binnen het zombiegenre voegt REC niets toe, Cloverfield binnen het monstergenre wel.
En als laatste: Dat monster is gewoon fucking cool. Gillende zombies zijn eigenlijk maar sullig. Een zombiefilm staat niet bij de bedreiging van één zombie, hij staat bij het feit dat de zombies los niks voorstellen, maar met hun honderden ineens toch erg gevaarlijk worden. Bij een monsterfilm is één monster wel genoeg.
Conclusies: Het is vet om je film door je hoofdpersoon te laten filmen als er een goede reden voor is. Dat kan zijn om je publiek te laten geloven dat het echt is (Blair), om een boodschap uit te dragen over dat iedereen tegenwoordig alles maar zelf filmt (Diary) of om de mensen te confronteren met dat ze zelf niet zulke helden zijn als je vaak in films ziet (Cloverfield).
Dan uiteindelijk de… eh… top vier van door hoofdpersonages gefilmde films:
4. REC
3. The Blair Witch Project
2. Diary of the Dead
1. Cloverfield
Na een serie films vanuit het oogpunt van de cameraman en enkele vanuit het oogpunt van de schrijver (Adaptation, Stranger than Fiction) ben ik benieuwd naar een film vanuit het oogpunt van de regisseur.

Er zijn weinig regisseurs alive today die echt een eigen stijl hebben. Iets waaraan je ze kan herkennen, thematisch, visueel, auditief, op elk vlak. Tim Burton is een schoolvoorbeeld, John Woo was in de jaren tachtig en begin jaren negentig zo’n iemand, verder is het groepje gering.
Natuurlijk zijn er miljarden filmmakers die altijd hetzelfde doen, maar het is wel zaak dat dat wat ze doen echt iets is dat van hun is, iets dat zij uitgevonden hebben, niet iets dat al bestaat.
Wes Anderson is waarschijnlijk wel een van de belangrijkste leden van die club. Je weet bij zijn films vanaf shot 1 altijd meteen dat het zijn film is, en hij heeft zijn stijl in de afgelopen 12 jaar alleen maar geperfectioneerd.
Ik zag gisteren wederom zijn eerste succes (en tweede film) Rushmore.
Hold the phone! Hold the fuckin’ phone! What was that?!
I knew it! Alexis Bledel figureerde in Rushmore voordat ze Gilmore Girls deed! Haha!

10. Leonard Nimoy in Invasion of the Bodysnatchers

Ik ben er nogsteeds niet over uit of deze film een guilty pleasure is of dat ik hem met recht cool mag vinden. In ieder geval is het einde kick-ass en zijn Donald Sutherland en Jeff Goldblum cool. Leonard Nimoy… is fucking irritant.
9. Tom Cruise in The Last Samurai
Opzich best een leuke film. Als je tenminste Tom Cruise eruit zou halen, want dan had je gewoon een samurai film met japanners, zoals het hoort. Want samurai zijn namelijk japans. Sorry Tom, it’s true.
8. David Schwimmer in Apt Pupil
Zeer vette thriller van Bryan “The Usual Suspects” “X-men” Singer. Alleen waarom er een leraar op school gespeeld moet worden door Ross is me bijster. Zelfs met idioot snorretje is hij altijd een friends personage en nooit een leraar op een school in een zeer vette thriller. Fuck off, Ross.
7. Charlton Heston in The Ten Commandments
In het begin gaat het wel. Beetje banter tussen hem en Yul Brynner or whatever the hell his name is. Dat werkt wel. Zodra hij echter het woord van God (dubbelrol van Heston) heeft gehoord en gaat preken over wat “The God Of Abraham” allemaal wel niet wil en wat niet wordt hij irritant. I was rooting for Rameses.
6. Shane Brolly in Underworld
Stoere actiefilm over vampiers en weerwolven en what not. Coole mythology vooral, maar Shane Brolly is een nogal irritant personage. En hoe kan het ook anders als je zo’n domme naam hebt. Brolly. Haha.
5. Gothmog (The Pink Orc With A Tumor Instead Of A Head) in The Lord of the Rings: The Return of the King
Hij heeft een tumor in plaats van een hoofd.
What the fuck.
4. Joe Pesci in Lethal Weapon 2, 3 en 4
Whatever you want, Leo Getz. Get it? Getz? Get? Getz? Dat is me wel bijgebleven, dat zinnetje. Andere dingen die mij bijgebleven zijn zijn het feit dat Mel Gibson zijn arm steeds uit de kom haalt en dat ik Joe Pesci wil doodschieten.
3. Juggernaut in X-Men: The Last Stand
“I’m the Juggernaut, bitch!”
Echt. Ga alsjeblieft nooit meer in een film spelen. Ever.
2. Eli Wallach in The Good, The Bad and the Ugly
The Good, The Bad and the Fucking Irritant.
1. Wes Bentley in American Beauty
ROT FUCKING OP MET JE FUCKING CAMERA!!! GOD FUCKING DAMNIT!!! DOE NORMAAL!!! PRAAT GEWOON!!! WEES NIET ZO FUCKING WEIRD!!! What. The. Fuck. Can I say ‘fuck’ one more time? FUCK. Zonder hem had ik de film niet hoeven haten.


Na het zien van de bijna drie en een half uur durende productie diaries van OldBoy, een van mijn all time favorites, vond ik het weer eens tijd worden meer van Park Chan Wook te zien. Zijn wraak trilogie (Sympathy for Mr Vengeance, OldBoy en Sympathy for Lady Vengeance) mocht ik graag, en ik was al een tijdje benieuwd naar zijn nieuwste film, I’m A Cyborg, But That’s OK, waarin hij een minder geweldadige weg op scheen te gaan.
Saibogujiman kwenchana, zoals de film schijnbaar in z’n oorspronkelijke taal heet, verteld het verhaal over Young-Goon, een meisje dat denkt dat ze een Cyborg is en in een gekkenhuis beland na d’r polsen door gesneden te hebben, er electriciteitsdraden in gestoken te hebben en die met het stopcontact verbonden te hebben. Zap.
Daar ontmoet ze een hele shitload aan rare lui, waaronder Il-Sun, gespeeld door de schijnbaar superbekende Rain, al heb ik nog nooit van hem gehoord. Il-Sun steelt ‘gaves’ van mensen, al zijn die gaves dus eigenlijk hun psychoses of gekheden. Hij leent ze een tijdje. Om allerlei redenen.
Young-Goon wil dat hij haar sympathie steelt, omdat ze sympathie heeft voor de White Ones (mensen werkzaam in de medische sector) want die moet ze vermoorden om haar oma te redden.
Trust me, it’ll all make perfect sense when you watch it. Dat is het prachtige van de film, Park sleept je zonder moeite mee in de mindset van een scala een compleet gestoorde figuren, en je kan helemaal in hun wereldje komen, om er vervolgens door een ander personage weer uitgesleept te worden. Er worden geen good guys of bad guys ten tonelen gevoerd, iedereen heeft zo z’n redenen voor wat hij of zij denkt of doet, hoe gek die redenen ook zijn. Het romantische verhaaltje tussen Young-Goon en Il-Sun is mierzoet, maar je pikt het vanwege de kinderlijke aard van de figuren.
De overstap van bloederige wraakdramas naar absurdistische komedie lijkt door Park zonder moeite gemaakt. Ga dit zien. Oh, en let ook op de optiteling, dat is een van de meest coole ever.
Zijn volgende film schijnt ook een romance te zijn. Ik kan alvast niet wachten.

Ik ben groots Scarlett Johansson fan. Lost in Translation is zo ongeveer de coolste film ooit, maar er is eigenlijk weinig van haar dat ik niet waardeer. Match PointThe IslandScoopGhost WorldGirl With A Pearl EarringThe Black DahliaThe Prestige… Heck, zelfs Eight Legged FreaksA Love Song For Bobby Long, In Good Company en The Nannie Diaries vind ik stiekem leuk. Maar wat ik nu toch heb gezien…Een kostuumdrama over Anne en Mary Boleyn met Natalie Portman en Scarlett Johansson als zusjes. Los van het feit dat dat sowieso al het domste idee ooit is, de twee hebben ongeveer net zoveel uiterlijke kenmerken met elkaar gemeen als Brad Pitt en de antagonisten uit Mars Attacks!, kon ik er nog wel in komen want de twee zijn immers wat we noemen ‘coole actrices’. Eric Bana kwam bij de cast (als ferm verdediger van Ang Lee’s HULK kan ik ook hem erg waarderen) en Jim Sturgess vind ik sinds ik Across The Universe zag ook helemaal hip. De trailer zag er mooi uit. Het bleef een kostuumdrama, maar opzich kon er niet veel mis gaan. Think again…De film, die een nieuwe vorm van belichting pioniert (namelijk het niet belichten van de acteurs, maar vooral de achtergrond zichtbaar maken) staat garant voor twee uur zulk abominabel camerawerk als je zelden hebt kunnen meemaken. Elke scene duurt rond de tien seconden, waarin net het broodnodige gezegd kan worden (vergeet subtext, just say it and get it over with) waarin de camera van achter een duister object tevoorschijn schuift om even de acteurs te laten zien en dan weer achter een ander donker iets verdwijnt. En elke scene is zo. Het is niet een moment waarin ze even zo’n shot gebruiken, nee. Ze weten van gekkigheid op een gegeven moment niet meer waar achter vandaan ze de camera nu weer kunnen laten komen, dus zakt die plotseling van achter een gordijn boven een bed uit het plafond naar beneden. Waarom? Geen flauw idee. Blijkbaar was dat gordijn een belangrijk plotpunt wat mij geheel ontgaan is.Ik denk sowieso dat die er veel zijn, stukken plot die mij ontgaan zijn, niet gordijnen. Nouja, die ook, maar vooral het plot was me duister. Iedereen deed lullig tegen iedereen en dan weer niet en dan weer wel. Op een gegeven moment maakte het je helemaal niet meer uit wie er ruzie had met wie, want je wist toch dat ze elkaar drie scenes later zouden omhelzen om elkaar drie scenes later weer uit te schelden (met scenes van 10 seconden gebeurt zo’n hele routine dus in ongeveer 1 minuut, en we hadden een groffe 2 uur aan minuten). Er waren zo veel perikelen, dat je er na een half uur gewoon echt niet meer om kon geven. Ik merkte dat ik tijdens de climax waarin enkele belangrijke personages onthoofd werden (iedereen die zijn geschiedenis kent zal weten welke) nog maar zo weinig om de karakters gaf, dat ik gewoon op de kostuums van de figuranten ging letten in plaats van op de hoofdpersonen. Dit gedrag werd dan ook uitgelokt met de rare belichting waarbij de figuranten vaak meer licht kregen dan de dames Portman en Johansson, die de film vooral in het duister gespeeld hebben.De kostuums waren wel goed, dat kan ik niet ontkennen, ook het acteren van de gehele cast, vooral de twee eerder genoemde dames, Jim Sturgess, Eric Bana en Kirstin Scott Thomas wist te leveren op acteergebied. Maar kunnen ze daar een film mee redden? Vast. Dit was helaas niet die film. Ik wist aan het einde niet of Johansson huilde om wat er met Portman’s personage gebeurde of omdat ze zich realiseerde hoe slecht de film was. Waarschijnlijk zei regisseur Justin Chadwick “I need more emotion, more pain, miss Johansson.” en mompelde zij in zichzelf “Yeah, I’ll just think: ‘Where the hell is the talent?’”Want op het acteren na is de hele film zo pijnlijk overdone en slecht, ik baalde de gehele fietstocht van de bioscoop naar huis, gewoon omdat ik de hele tijd langs onscherpe objecten die zich tussen de camera en de acteurs bevonden heen moest kijken en focussen op personages die zich verstopten in schaduwplekken. What the fuck! Om onduidelijke redenen was alles met een telelens gefilmd van enorme afstand. Daardoor lopen er de hele tijd figuranten voor de acteurs langs, omdat ze honderd meter van de camera staan. Dan was er nog die belangrijke dialoog tussen Johansson en Bana waarbij de focuspuller bij Bana’s shots in slaap was gevallen, want de boel was gewoon onscherp. Daar kom je misschien mee weg als je een B-film maakt, maar hoe zo’n shot zich hier door de montagekamer heeft kunnen worstelen is me onduidelijk. Of eigenlijk: waarschijnlijk was al het andere beeldmateriaal nog kutter, en konden ze niet anders. Mijn tip: schrap de hele scene. Nee, schrap de hele akte. Er was toch geen fuck aan. Weet je wat: schrap de film. En laat de regisseur onthoofden door King Henry Tudor, hij verdient niet anders. De cinematograaf mag zich voegen bij de illustere rij van cameramensen die niet met camera’s om kunnen gaan. Zoals de mensen achter Manos: The Hands of Fate. Een critici schreef ooit over Manos de volgende waarschuwing: “Your eyes and ears will BLEED!”, gelukkig is het met deze film niet zo erg gesteld. Mijn oordeel? “Just your eyes will BLEED.”

Een van de vele voorbeelden van de prachtige cinematografie van The Other Boleyn Girl. Eric Bana in het donker, half achter een vage schim van iemand op de voorgrond (zodat je zijn mooie kostuum beter kunt aanschouwen), het licht echter valt op een figurant in de achtergrond en de focus op een stel takjes rechts in beeld. Prachtig.