#JESUISCHANDLER

Toen ik laatst een kiwi at vroeg iemand: “Jij was toch allergisch voor kiwi’s?” Nu bleek dat ze me verwarde met Ross uit Friends, want die is dus wel allergisch voor kiwi’s. Niet de acteur, het personage. Ik werd verward met Ross. Ik vond mezelf meer een Chandler dan een Ross, maar dat vond verder niemand. Ik was toch echt meer een Ross. Eerst vond ik dat heel jammer. Ik dacht toch echt dat ik die gast was die overal sarcastische opmerkingen over maakte, dat dat het ding was waar mensen mij aan herkenden, maar dat is dus niet zo. Ik ben gewoon die nerd. Ik ben ook wel een nerd, dat ontken ik niet, ik wist alleen niet dat ik meer de nerd was dan de gast met de sarcastische opmerkingen.
Toen ging ik er meer over nadenken. Eigenlijk is het best cool om Ross te zijn. Hij is misschien een beetje een idioot, maar hij heeft wel een passie (dinosaurussen) en daar heeft hij zijn beroep van gemaakt en daar gaat hij vol voor. Dat is wel te waarderen. Hij is oprecht en eerlijk. Joey is een beetje een playa, maar heeft wel een hart van goud. Monica is wat uptight, maar dat is ook alleen maar omdat ze eerlijk is over waar ze moeite mee heeft. Phoebe is al helemaal oprecht en open, maar lijkt een beetje verzonnen te zijn vanuit de gedachte: “Oh ZES personages?! Ik dacht dat je zei vijf! Geef me een minuutje, dan bedenk ik er nog een.” en dan vergeet ik nog het karakter van Aniston. Voor zover ik me haar karakter kan herinneren heeft zij geen enkele noemenswaardige karaktertrek. Ik weet niet eens meer hoe haar karakter heet eigenlijk. Maar volgens mij is zelfs zij oprecht. Chandler is eigenlijk het minst open van alle karakters uit de hele serie als je er zo over nadenkt. Hij is gewoon een working stiff zonder interessante hobby’s of andere noemenswaardigheden die als enige leukheid heeft dat hij andere mensen belachelijk maakt. Eigenlijk is dat best wel triest. Chandler is het Facebook van Friends.
Maar toch willen we allemaal het liefst Chandler zijn. Passie tonen is maar suf. Wat pas echt leuk is is als je iemand uit kan lachen. Dan hoef je jezelf minder bloot te geven, verhef je je boven anderen en kan je ook nog eens nooit falen in wat je zelf aan het doen bent, want je doet ook niets. Toch waarderen we dit als samenleving boven alles. Kijk maar naar wat er gebeurt als er iemand neergeschoten wordt die zijn beroep heeft gemaakt van grapjes maken. De hele wereld heet ineens Charlie. Het belangrijkste recht als mens op aarde lijkt toch wel te zijn dat je iemand anders belachelijk mag maken. En omdat de meeste extremisten ook behoorlijk belachelijk zijn, is dat eigenlijk een nogal gemakkelijk iets om te doen. Een makkelijk doelwit, erop schieten is alleen maar dapper omdat het je misschien vermoordt. Toch kennen we de mensen van de satirische stripjes veel ballen toe, alsof dit allemaal vanuit volle passie en met een betere wereld als doel gedaan is. Net als bij Ross en zijn paleontologie. Maar ik heb een aantal stripjes gezien en ik krijg eigenlijk het gevoel dat de striptekenaars misschien wel meer Chandlers zijn dan Rossen. Ze waren vooral mensen belachelijk aan het maken. Schoppen is makkelijk, zij hadden gewoon de pech dat ze de verkeerden geschopt hadden. Dat ze neergeschoten werden is natuurlijk nooit goed te praten en dat probeer ik verder ook helemaal niet te doen, ik heb alleen het gevoel dat schieten met woorden of plaatjes nog steeds schieten is, minder dodelijk, maar net zo agressief.
Toch heten we momenteel ineens allemaal Charlie. Of dat nou is vanuit de grootheidswaanzin dat onze mening net zo relevant of shockerend is als die van het tijdschrift of vanuit een oprecht medeleven met de families van overleden mensen is soms moeilijk te zeggen. Er is in de afgelopen week dan ook veel over geroepen, sommige dingen subliem, sommige dingen meer als iets van Nico Dijkshoorn. Nico Dijkshoorn zelf viel onder de categorie van mensen die Nico Dijkshoornige dingen riepen. Hij zei over de aanslag: “Wetenschappers, waar ook ter wereld, vergeet de opwarming van de aarde, vergeet het x-deeltje. Wetenschappers: recht je schouders en bewijs voorgoed dat het opperwezen niet bestaat. Bewijs dat liefde, leven, hartstocht en mededogen, alleen maar voortkomen uit een magistrale, volstrekt toevallige samensmelting van moleculen en atomen.”
Deze opmerking is door vrienden en vreemdelingen van mij als ‘goede woorden’ en ‘extreem raak’ omschreven. Maar raak? Als je denkt dat die religieuze extremisten een boodschap gaan hebben aan wetenschap in welke vorm dan ook kan je nog wel eens voor een teleurstelling komen te staan. Deze mensen geloven namelijk. En geloof is een onwankelbaar vertrouwen in iets, ongeacht tegenargumenten. Wat moeten zij nou met jouw onderzoeksresultaten? Maar nog veel belangrijker: Wetenschap kan helemaal niet bewijzen dat iets niet bestaat. Volgens de falsificatietheorie van Karl Popper kan wetenschap alleen aantonen of iets wél bestaat. Je weet namelijk nooit of er niet stiekem toch kabouters zijn. Je kan niet onder alle rotsen tegelijk zoeken, en zelfs dan zul je net zien dat Paulus zich in een boom schuilhoudt. Erger nog: Als je de wetenschap wilt gaan inzetten niet vanuit onderzoek maar om een bepaald voorbedacht resultaat te behalen ben je niet echt meer wetenschap aan het beoefenen. Dan wil je gewoon dat jouw theorie de waarheid is. Dat klinkt ineens akelig veel als het extremisme waartegen Dijkshoorn zich verzet. Prachtige woorden dus, van Nico, maar geheel betekenisloos en gesproken door iemand die zowel geloof als wetenschap totaal niet begrijpt.
Dat gebeurt overigens wel meer. Mensen die claimen ‘te geloven in wetenschap’ vinden dat een god niet bestaat en dat de gelovige mensen dat nu maar eens door moeten gaan hebben. Als je ‘gelooft in wetenschap’ snap je niet wat wetenschap is en als je zegt dat een god sowieso niet bestaat ben je net zo gelovig als iemand zegt dat ‘ie sowieso wel bestaat. De waarheid is: We weten het niet, en totdat we wetenschappelijk kunnen aantonen dat God wél bestaat, zullen we het nooit weten. Toegegeven: de kans op een opperwezen is natuurlijk niet bijster groot, maar de kans op het ontstaan van zelfbewust leven vanuit een willekeurige samenkomst van atomen ook niet, en toch kan ik nu deze tekst typen op mijn MacBook.

 

Wetenschap draait om verwondering. Bij het maken van een foto van een stukje lucht ter grote van een postzegel waarop geen sterren te zien zijn, bleken bij een lang genoege sluitertijd honderden sterren tevoorschijn te komen. Maar deze sterren waren geen sterren, maar sterrenstelsels. Net als de melkweg, elk weer bestaande uit miljoenen sterren. Het universum is zelfs zo groot dat er in een samenloop van ontploffingen en chemische reacties uiteindelijk zelfs iets heeft kunnen ontstaan dat zo complex is dat het kan gaan uitzoeken hoe groot en complex het universum eigenlijk wel niet is. Maar mensen houden hun wereld liever klein en controleerbaar. ‘Wij Europeanen’, ‘wij Nederlanders, ‘wij Amsterdammers’, ‘wij uit de Baarsjes’, ‘wij de familie Jansen’, ‘wij die geloven in dat er sowieso (g)een God bestaat en dat jij dus je bek moet houden.’ Hoe kleiner de wereld te maken is, hoe fijner mensen het lijken te vinden. Als er een volk uitgemoord wordt in een ver land is dat op zich wel erg enzo, maar als er een windmolen in de Randstad komt te staan hebben we ECHT een probleem. Waar zijn landsgrenzen vandaag de dag überhaupt nog goed voor behalve ter behoud van Nationalisme? Het buiten houden van alles wat anders is, van alles wat je wereldje kan vergroten tot een maat waarin het niet meer te overzien is, laat staan de grootte van het universum. Maar waarom is er zoveel angst voor een grote wereld en voor alles wat wij niet begrijpen? Waarom is de oneindigheid van het heelal en de nietigheid van ons bestaan maar zo zelden een bron van fantasie en verwondering?Ooit was geloof niet meer dan een manier om de grote wonderlijke natuur te kunnen verklaren. ‘Thor heeft vast een bliksemhamer, want waar komen anders die donderklappen vandaan?’ Maar de laatste honderden jaren lijkt het meer een manier te zijn geworden om de wereld juist niet te hoeven begrijpen. Om dingen te kunnen weten zonder je iets af te hoeven vragen. Om het beter te weten dan een ander en niet onzeker en nietig te hoeven zijn. Als we niet ministipjes op een ministipje naast een ministipje in een sterrenstelsel zijn, maar de hoofdpersonen in de creatie van een God, is het wereldje waarin we leven een stuk kleiner en gemakkelijker te overzien. Dan ben ik toch liever de fantast of de wetenschapper. Dan ben ik liever Ross.

2 comments

  1. Ik zie het kritisch rationalisme van Popper niet als een vervanging van het inductivisme, maar meer als 'slotpleidooi'. "We kunnen het bestaan van een god niet ontkrachten, dus kunnen we nooit zeggen dat er geen god bestaat" is mij te kort door de bocht.
    "Als er een god bestaat, een opperwezen dat alles geschapen heeft en alles bepaalt, dan moet dat een intelligent wezen zijn. Maar alles wat intelligent, creatief, complex en statistisch onwaarschijnlijk is, is pas ontstaan lang nadat het universum is ontstaan, als resultaat van evolutie of een ander proces dat zijn oorsprong heeft in simpelere principes, en kan dus niet verantwoordelijk zijn voor de schepping van het universum (Richard Dawkins)."
    Het is statistisch en logisch gezien zo ontzettend onwaarschijnlijk ('niet bijster groot' is een understatement) dat een opperwezen of meerdere opperwezens zoals voorgesteld door godsdiensten bestaat of bestaan, dat wetenschappelijk al lang is aangetoond dat er geen god is. Dat is ook niet zo moeilijk: talloze theorieën die wijzen in de richting van 'GEEN GOD' zijn wetenschappelijk bewezen, terwijl nul theorieën die wijzen in de richting van 'WEL GOD' zijn bewezen.
    Natuurlijk is het zo dat we nooit 100% zeker kunnen zijn, maar dat is ook niet nodig als we aan de hand van bevindingen uit wetenschappelijk onderzoek voorspellingen willen doen over de toekomst (wat wetenschap in de kern is). Quantumfysica bijvoorbeeld zijn wetenschappelijk bewezen, en gaan er juist vanuit dat er geen absoluutheid bestaat, maar dat het hele universum bestaat uit aannemelijkheden (probabilities).
    Je zou ook nog kunnen beargumenteren dat god wel bestaat vanuit de theorie van oneindige universums of multiversum, waar er oneindig min één universums zijn waar geen god is, en één waar wel een god is. Maar dat is dan echt niet de onze, anders hadden we het wel gemerkt. En het is statistisch wel erg onwaarschijnlijk dat wij ons toevallig in dat ene universum bevinden.
    God bestaat niet. Kabouters bestaan ook niet. Als kabouters wel bestaan of bestaan zouden hebben, zou er wel een paleontoloog zijn die een fossiel gevonden zou hebben van een kabouter of een evolutionaire voorloper van de kabouter. Wat dat betreft is Popper net zo stijfkoppig als de gemiddelde religieuze fundamentalist.

    Mijn intentie is niet je mooi geschreven stuk te bekritiseren. Ik geniet van je scherpzinnigheid en creativiteit. De laatste alinea is spot-on. Maar je laat, vind ik, te veel ruimte voor het verkeerde antwoord op de vraag of god bestaat.

    ps. Aniston= Rachel Green, een egocentrisch verwend nest met narcistische trekken dat het rijkelui's-wereldje waarin ze is opgegroeid maar moeizaam kan loslaten, goedgelovig is en moeite heeft voor zichzelf na te denken.

  2. Hoi! Je hebt natuurlijk gelijk, en ik was ook wat kort door de bocht. het feit dat we steeds maar weer naar de WC moeten alleen maakt de kans op intelligent design al zo goed als nul, want als het ontworpen was konden we wel alles verteren. Veel minder gedoe.

    Opzich vinden archeologen natuurlijk nog steeds af en toe nieuwe fossielen, maar inderdaad, kabouters zullen wel niet bestaan/bestaan hebben. Het was meer een voorbeeld.

    Rachel ja, kon dus niet op haar naam komen. Friends heeft eigenlijk geen vrouwelijke karakters die interessant zijn.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *